Eivorm stadswallen Doetinchem


Geschiedenis


Brengt Doetinchem tot leven met historisch of fantastisch verantwoorde  verhalen, feiten en beelden rondom het ei.


Hieronder volgt een korte beschrijving van de oorsprong en historie van het eivormige oude centrum van Doetinchem. Verspreid over de eivormige buitenring komen 20 kunstwerken te staan.
De kunstwerken kunnen een link leggen naar het verleden, heden of de toekomst van het centrum van Doetinchem, maar ook kan een beeld verwijzen naar een door de kunstenaar herondekte sage, vergeten mythe, verboden legende of twijfelachtige leugen. Feit en fictie spinnen heden hun eigen werkelijkheid.
 
Oorsprong
Vele duizenden jaren gelden  was het stroomgebied van de Rijn de grote vlakte die zich uitstrekte van het huidige Doetinchem tot voorbij  Bemmel.  De regelmatige aanzwellende vloeden vanuit het Alpengebergte brachten grind en fijn zand, dat jaar na jaar bezonk in het brede stoomgebied totdat de laatste ijstijd zich aandiende, en de onstuimige Rijn teruggedrongen werd tot een onbeduidend, veelal droogvallend stroompje water.
De grote vlakte viel droog en het in vele jaren neergelegde zand en grind werd blootgesteld aan een duizend jaar durende onophoudelijke striemende uit zuidwestelijke richting  jagende wind.
Het fijnste zand werd door deze winden meegevoerd en jaar op jaar neergelegd in de Achterhoek en opgehoopt tot zandduinen. Deze zandduinen  die zich aaneenregen tot een lint van duinen dat zich vandaag de dag nog uitstrekt van het  Gendringen tot aan Hoog-Keppel.
Toen de temperaturen uiteindelijk weer stegen en de ijstijd ten einde liep kwam uiteindelijk de mens langzaam aan naar het gebied dat bewoonbaar werd en nam het in bezit.
Door de stijgende temperaturen zwol  de nietige Rijn jaar op jaar en was uiteindelijk weer de meedogenloos stromende rivier die jaarlijks de grote vlakte vulde met traag stromend smeltwater. 
Voor de mens was de vlakte een terrein om te jagen en te vissen, maar voor bewoning ongeschikt.
Hiervoor koos men bij voorkeur  een plek die hoog en droog was en het liefst nog bij een beheerst stromend beekje dat zich door de duinen kabbelend een weg baande om zich uiteindelijk te verenigen met de machtige rivieren die de Hollandse delta vormden.
Daar op die zandduinen  waar de beek de  Slinge zich een weg  baant en zich samenvoegt met de Oude IJssel, dat is de perfecte plek, daar ontstond en groeide het dappere  Doetinchem.

Historie in het kort
De historie van Doetinchem begint in de 9e eeuw, met een kleine nederzetting en een kerk. De plaats groeide en rond 1100 werd er een eenvoudige aarden verdedigingswal opgeworpen met houten palissade om plunderaars en gespuis te weren. In 1236 werden door graaf Otto de tweede van Gelre en Zutphen aan Doetinchem stadsrechten verleent en kon Doetinchem zich zelf besturen, rechtspraakplegen en belasting heffen. Ook werden de vestingwerken versterkt :  een muur  in steen opgetrokken en uitgebreid met vier stevige stadpoorten . De oude transportroute, zoals de Hessenweg, voerde over het hoog- en droog gelegen lint van rivierduinen, en maakte van Doetinchem een nederzetting die door de langstrekkende  handelsreizigers in regelmatig contact stond met de grote buitenwereld, maar ook zelf onderdeel werd van een handelsnetwerk. 
In de basis van het huidige Doetinchemse stadcentrum is de oude ring van wallen, vestingwerken en poorten nog goed herkenbaar en heeft de typische vorm van een ei, de Doetinchemse ei-vorm.

In het stratenplan van het oude centrum is een kruisvorm te zien. De uit de 13e eeuw stammende Catharinakerk kerk is middelpunt, aanvankelijk een katholiek middelpunt maar sinds  1591 een Hervormd  middelpunt waar de “nije leer”  van Calvijn en Luther  gepredikt werd.
De Hamburgerstraat en Grutstraat vormen een lijn, net als de hierop haaks staande Waterstraat en  Heezenstraat.
Het centrum werd omzoomd door een dubbele gracht en een stadswal, door de  Slinge en door de Oude IJssel.
Na dat de stad met haar houten huizen diverse ernstige stadbranden heeft doorstaan werden de bewoners na de grote stadbrand van 1527 verplicht hun huizen in steen op te trekken.
Rond 1830 telt de stad ca. 1700 inwoners en ca. 200 huizen.
Doetinchem werd een belangrijke handelsplaats voor boeren uit de omgeving en bleef dat tot halverwege de 20e eeuw.
De industriële ontwikkeling in Doetinchem was in vergelijking met anderen plaatsen relatief bescheiden,  industrie bleef tot midden 19-e eeuw beperkt tot ambachtelijke bedrijven zoals zeepziederij, azijnfabrieken, distilleerderij, brouwerij, ijzergieterij, touwslagerij en een blauwververij.
Uiteraard waren er ook de gebruikelijke stedelijke  ambachtslieden zoals wevers, timmerlui, kleermakers, smeden en schoenmakers. De handwerkers waren verenigd in gilden, waarvan er in  Doetinchem 5 waren totdat deze in 1798 verboden en opgeheven  werden.
De tweede helft van de 19-e eeuw met name de jaren 1850 tot 1880, is voor Doetinchem een periode met sterke bevolkingstoename en industriële groei.
De weg-,spoor-, en tramverbindingen worden in deze periode sterk uitgebreid en de Oude IJssel werd bevaarbaar gemaakt voor grotere schepen.
Stad Doetinchem en Ambt Doetinchem  (ommelanden) waren altijd twee zelfstandig bestuurde  locaties geweest maar werden in 1920 samengevoegd en ontstaat de Gemeente Doetinchem.
Aan het eind van de oorlog kreeg de stad de waarschijnlijk grootste klap uit haar geschiedenis. In maart 1945 bombardeerden Britse vliegtuigen per ongeluk het historische centrum van de stad. De binnenstad werd hierdoor voor het grootste deel verwoest. Dit heeft gezorgd voor een mix van oude en nieuwe architectuur, waarbij de laatste de overhand heeft.
Tot het eind van de 20ste eeuw heeft Doetinchem bestaan als voornamelijk agrarische handelscentrum voor de omstreken met kenmerkende activiteiten als de wekelijkse veemarkt, de wekelijkse grote warenmarkt en lapjesmarkt,  en agrarische exposities zoals de befaamde Agrado.

Wandeling
We starten bij de achteringang van wat ooit Huls was, toen V&D en nu Hemarkt is, en lopen  tegen de klok in om het ei.
In het pand waarin de Hemerkt thans is gevestigd was tot enige jaren geleden het warenhuis Huls gevestigd, maar dat heeft de strijd met de winkelketens niet kunnen overleven. Het warenhuis Huls was een begrip in Doetinchem en omstreken en is ontstaan uit wat ooit het warenwinkeltje van Tata  Huls was in de Hamburgerstraat.
Vanaf de achteringang van Hemarkt naar de Hamburgerstraat ligt de Synagogestraat, daar heeft een synagoge gestaan. Het moderne  gebouw waar het reisbureau thans in gehuisvest is  heeft betonnen vormen die geïnspireerd zijn en herinneren aan de steunberen ( plaatselijke verdikkingen in een muur) van de vroegere synagoge.
Rondom het centrum  was vroeger veel meer water: de Slinge heeft door het hele Mark Tennant Plantsoen gelopen en omsloot samen met de Oude IJssel en de gegraven grachten het ei-vormige centrum. 
Op de Plantsoenstraat, net buiten de oude stadsring, staan enkele statige woningen voor de notabelen uit de periode 1880 tot 1930.
In  ‘t Gevang,  de in 1766 gebouwde gevangenis van het Landdrostambt Zutphen  is nu een horeca gelegenheid gevestigd. Binnen in dit gebouw is onder een afdekking  nog de oorspronkelijk put aanwezig, die door sommige goedwillende lieden als wens put wordt gekwalificeerd.
Het oude historische  pand  van de kapsalon aan de Nieuwstad is ooit grotendeel  afgebrand nadat een jaloerse echtgenoot  dit in een vlaag van verstandsverbijstering in brand had gestoken. Ook het huwelijk heeft de brand niet doorstaan.
Het oude pand waarin een chocolaterie is gevestigd is een van de voormalige pakhuizen die als gevolg van de regionale handelsfunctie die Doetinchem in de stad nodig waren.
Na de kruising met de Heezenstraat, waar ooit de Heezenpoort stond waardoor veroordeelden op hun laatste gang naar het Galgenveld op de zompige Veentjes  gevoerd werden, begint de Walstraat.
Aan de linkerzijde staat het pand van wat ooit manufacturenmagazijn G. van Hareveld was en rechts was ooit de woning en werkplaats van hoefsmederij H.Halfman gevestigd.
Aan de rechterzijde van de Walstraat staat een rij oude huisjes; dit was de eerste sociale woningbouw. Deze huizen zijn in de 18e eeuw “uit barmhartigheid” gebouwd door het  Gasthuisfonds.
Bij de grote boom in de Walstraat twee glazen platen in de bestrating aangebracht. Daaronder zijn delen van de oude stadsmuur te zien.
Op die plek is ook de laatste originele oude Doetinchem waterpomp geplaats die jarenlang op de hoek van Simonsplein met de Hamburgerstraat heeft gestaan. Omtrent de oorspronkelijke plaats van deze pomp doen vreemde verhalen de ronde maar bestaat geen zekerheid.
Het gehele gebied tussen de van Nispenstraat en de Grutstraat in  de oorlog zwaar getroffen en de meeste bebouwing is weggebombardeerd.
Jarenlang heeft dit terrein braak gelegen en was daarop alleen een worstemakerij van slagerij van Zadelhoff in de Grutstraat gevestigd.
Begin 21ste eeuw is de stad verrijkt met een geheel nieuwe straat, De Catharinastraat, gevuld met nieuwe bouw, echter met een uiterlijk dat aansluit bij de oude stadse maat en indeling. Deze nieuwe straat in oude jas heeft binnen de wereld van de architectuur veel positieve aandacht gekregen.
Ongeveer 15 jaar later,2013-14 zijn de in de oorlog verwoeste statige woningen aan de Van Nispenstraat gebouwd waarbij de buitenzijde een bijna volmaakte replica is van de oorspronkelijke huizen, . Thans staat dit gebied bekend als “Lyceumkwartier”
Dominee Van Dijk heeft de basis gelegd voor het christelijk onderwijs  in Doetinchem. Toen hij zich niet aan de opgelegde regels van zijn kerk hield, heeft hij zich afgescheiden en heeft  een nieuwe kerkelijke gemeenschap gesticht. Dat deed hij in het pand waar op de gevel staat ‘Predik het evangelie’ in de Burgemeester Van Nispenstraat. Het pand wordt nu gebruikt door de doopsgezinde gemeente.

Op de hoek van de Walstraat en de Grutstraat staat het Tieckenhuis , een 19e eeuws monumentaal neo-klassiekpand dat recent volledig is gerestaureerd. Het is vernoemd naar de oorspronkelijk bewoners.
Tegenover het Tieckenhuis staan de oude woning van schilder Wanrooy met aansluitend hieraan de enige resterende oude walwoningen. Rondom tegen de wallen aangebouwd waren vroeger d e armeluis-woningen, goedkoop want de achtermuur bestond al! De walwoningen zijn inmiddels volledig gerestaureerd.
Achter het Tieckenhuis en Wanrooy en de walwoningen liep ooit de dubbele gracht met een overbrugging en de Gruitpoot, die aanvankelijk Doesburgerpoort genoemd werd. Op deze locatie werd vroege de kool, of “kabbes” markt gehouden.
In de Grutstraat staat een aantal mooie, ook naoorlogse, panden zoals bij voorbeeld het pand van Revelman en het voormalige pand van het Staring instituut, thans Stadbrouwcafe Hendrixen, het moderne gebouw van de  Gelderlander en het begin 20e eeuwse pand van Slager Van Zadelhoff.
Doorlopend de Kapoeniestraat  (een kapoen is een vetgemeste, gecastreerde haan)  in zien we de oude walwoningen en rechts onbebouwd terrein met groen en parkeerplaatsen. Hier waren ooit de wallen met dubbele gracht. In 2016 is een gedeelte van de oude wal hersteld en ids het hele gebied opnieuw ingericht.
Achter de etalages van Revelman in de Walstraat aan de linkerzijde, te bereiken via de onderdoorgang een kleinstukje de Korte Kapoeniestraat in , bevindt zich een stadse binnenplaats. Het lage gebouwtje links is de oorspronkelijk huisvesting van het elektriciteitsbedrijf PGEM, daarna jaren in gebruik als kunst- en cultuurcentrum . Nu is hier de eerste Doetinchemse Stadsbrouwerij gevestigd.
In de Korte Kapoeniestraat vind je ook het “Lodewijk Napoleonhuis” ( nu café Zus en Zo), dat is een oud pand uit de 17e eeuw.  Koning Lodewijk Napoleon heeft daar in 1809, op zijn  doorreis van       
’s-Heerenberg naar Doesburg één nacht doorgebracht. Bij deze gelegenheid schonk de koning een bedrag van 9.900 florijnen aan Doetinchem om de bij een overstroming , door zware ijsschotsen, vernielde brug over de Oude IJssel te herstellen. 
De industrie was aanvankelijk voornamelijk in het centrum gevestigd(Misset, PGEM,van Perlstein ), en de kantoren van Misset kon je vinden in de Korte Kapoeniestraat.

Terug in de Kapoeniestraat  en iets verder richting Europabrug stond vroeger,  op de plek van de oude wallen, de in 1863 gebouwde en  de 70-er jaren afgebroken, gasfabriek. Hier werd uit via de Oude IJssel aangevoerde kolen het stadsgas gefabriceerd.
De brug over de Oude IJssel  is in het begin van de oorlog door een Nederlandse militair, als verdedigingsactie tegen de invallende Duitsers, opgeblazen en in de oorlog vervangen door een noodbrug.
Over de Gaswal en dan over de brug liep de belangrijke Zutphen-Emmerichse trambaan en op de huidige C.Missetstraat  liep de trambaan welke aansloot op de Walmolen en de Vredesteinfabriek.
Vanaf de brug tot voorbij de Walmolen zijn restanten van de oude wallen en bovenop de wal restanten van de oude stadsmuur te zien.
Voorbij de Walmolen linksaf komt men op de IJsselkade, voorheen dus een deel van de stadgracht, die doorloopt tot de Hamburgerstraat-Terborgseweg.
Op dit kruispunt stond ooit, de in 1282 mede door de monniken van het  klooster Bethlehem gebouwde, en in 1860 afgebroken Hamburgerpoort. De naam van deze poort heeft niet met de plaats Hamburg te maken. De eerst bekende naamsvermelding  dateert uit 1452 en luidt Herboerigerpoort. Later in 1654 werd de naam Borcherpoort gebruikt, verwijzend naar Terborg. De uiteindelijke naam Hamburgerpoort verwijst vermoedelijk naar de in de Hamburgerstaat wonende familie Homburg,die veel grond bezat buiten de poort , met name op het huidige Hamburgerbroek.
Op deze locatie is in 1902 door de vereniging “Doetinchemse badinrichting”  een badhuis voor koude en warme baden gebouwd dat beheerd werd door Oma Stap.
Het Gemeentehuis is in de 60 er jaren gebouwd en recent geheel gerenoveerd en uitgebreid. Rondom het Gemeentehuis en op het fraaie raadhuisplein wordt elke dinsdag de grote voedsel – en warenmarkt gehouden. Van oorsprong heeft deze grote regionale markt zich ontwikkeld naast de vroegere wekelijkse dinsdagveemarkt. De veemarkt is sinds uitbraak van varkenspest en andere besmettelijke veeziekten begin 21e eeuw afgeschaft.
Links maakt de oude stadswal een bocht en sluit aan op de Nieuwstad waar de route begon.
Net buiten deze lijn ligt het Mark Tennantplantsoen waar het oorlogsmonument en enkele andere gedenktekens  staan en jaarlijks de Dodenherdenking plaatsvindt. 

Websites:
http://www.doetinchem.nl/bezoeker/geschiedenis-doetinchem_42621/
http://www.mijngelderland.nl/#doetinchem
http://www.deutekomhistorie.nl/index.html
http://www.dbnl.org/tekst/sten009monu05_01/sten009monu05_01_0057.php

Stadsmuseum: Maquettes / Tentoonstelling tot 17 mei: Doetinchem in WO II 1940-1945

Boektitels
Hier wat titels met Doetinchems historisch allerlei:
Doetinchem vroeger en nu (oude ansichten), 2 delen, G.J.B. Stork, 1971 en 1972
Doetinchem in de loop der eeuwen (geïllustreerd boek), G. Blankesteijn, 1978.
Kijk op oud en nieuw Doetinchem (foto’s en tekst), Jan Steijntjes, Jan Stap en Sake Oosterhaven, 1980.
Straatnamen in Doetinchem in woord en beeld (foto’s en tekst), A.K. Kisman, 1981.
Hamburgerstraat Zakelijk bekeken (foto’s en tekst), A.K. Kisman, 1982.
‘n Moment voor een Monument (geïllustreerd boek), Lureman, Steijntjes, Boekkooi, 1984.
Wat drie generaties Ovink bouwden (bouwtekeningen en tekst), A. K. Kisman, 1984
Doetinchem van ramp- tot voorspoed (geïllustreerd boek) , Bert Kerkhoffs, 1986.
Doetinchem vroeger nu bekeken (foto’s en tekst), B. van Hardeveld en G.J.B. Stork, 1986.
Wandelen binnen het historisch Ei van Doetinchem (tekst en foto’s), Theo J. Rougoor (5 drukken, 1986-2008)
Doetinchems verleden geïllustreerd (tekst en foto’s), Jan Steijntjes, 1993.
Maquette van een verdwenen stad (tekst en foto’s maquette Stadsmuseum), Herbert Tomesen (1995?)
Doetinchem in vervagende beelden (foto’s en tekst), 2 delen, Godschalk, Grit en Kisman, 2000 en 2006.
Doetinchems Verdwenen Verleden (100 foto’s), Guus Dinkla, 2007.
Doetinchem, zo was het, Guus Dinkla (foto’s en tekst), 2007


'20 op een rei' is een project van Kunstenaarsnetwerk 'Het Web' uit Doetinchem